Nieuws
Altijd mee met
wetgeving
transport nieuws
duurzaam transport
verkeersveiligheid
de sector
jou
Download het TLV-magazine
Het TLV-magazine zit bomvol nuttige info, interessante ondernemers en boeiend sectornieuws. Wist je dat je als lid ons magazine gratis ontvangt?

.avif)
"Veel bedrijven zijn niet op de hoogte van alle voordelen waarop ze beroep kunnen doen"
Naar aanleiding van het 50-jarig bestaan van het Sociaal Fonds Transport en Logistiek zetten we de werking van de organisatie graag nog eens in de kijker. We spraken hiervoor met Rachide Berrazi en Stefanie Dobbelaere, sectorconsulenten in respectievelijk Oost- en West-Vlaanderen. Ze lichten toe wat het SFTL allemaal doet, van welke voordelen dat jij als werkgever kan genieten en wat je zelf kan doen om het tekort aan arbeidskrachten aan te pakken.
Kunnen jullie eens kort samenvatten wat het SFTL doet?
Stefanie: Het SFTL werkt rond twee belangrijke pijlers. De eerste pijler bevat de aanvullende sociale voordelen, namelijk de premies en financiële tegemoetkomingen voor arbeiders en bedrijven. Zo zorgen we bijvoorbeeld voor de eindejaarspremies van de arbeiders of kunnen werkgevers een terugbetaling aanvragen voor de medische schifting van vrachtwagenchauffeurs.
Rachide: Daarnaast heeft het SFTL de belangrijke opdracht om te zorgen voor een kwalitatieve instroom van arbeidskrachten in de sector. We werken hiervoor samen met verschillende opleidingspartners en zetten in op promotie van het beroep van vrachtwagenchauffeur en logistieke arbeider. Ook werken we samen met de Vlaamse overheid rond een aantal arbeidsmarktthema’s zoals werkbaar werk en non-discriminatie.
Wat houdt de job van een sectorconsulent in? Waarvoor kunnen bedrijven beroep doen op jullie?
Stefanie: Veel bedrijven zijn niet op de hoogte van alle sociale voordelen waarop ze beroep kunnen doen. Wij lichten deze toe tijdens bedrijfsbezoeken. Daarnaast peilen we tijdens deze bezoeken naar de knelpunten waarmee bedrijven geconfronteerd worden. We helpen hen dan op weg naar de organisaties of tools die hen kunnen verder helpen. We stellen vast dat nog veel te weinig kmo’s in de sector hun weg vinden naar onze opleidingspartners (VDAB, onderwijs, CVO) of de sectorale instroomprojecten. Je kan ons dus zien als verbindingsofficiers.
Waarvan maken werkgevers het meeste gebruik in het aanbod van het SFTL?
Rachide: De meeste tussenkomsten gebeuren op het vlak van opleidingsbudgetten voor de permanente vorming. Elke werkgever krijgt jaarlijks een budget toegekend, gebaseerd op het aantal werknemers in dienst. Daarnaast wordt een terugbetaling voor de digitale bestuurderskaart ook veel aangevraagd.
Verder is er ook veel vraag naar de (gratis) SFTL-opleiding tot werkplekbegeleider. Dat houdt in dat een ervaren vrachtwagenchauffeur of logistieke medewerk(st)er binnen het bedrijf wordt opgeleid om nieuwe werknemers of kandidaten goed te kunnen onthalen en begeleiden.
Van welke voordelen zijn de bedrijven het minst op de hoogte?
Stefanie: We merken dat vele bedrijven niet weten dat arbeiders in onze sector na zes maanden ononderbroken anciënniteit automatisch aangesloten worden bij een hospitalisatieverzekering, die het SFTL heeft afgesloten. We stellen ook vast dat er minder aanvragen zijn voor financiële tussenkomsten bij de medische schifting in het kader van het vernieuwen van het rijbewijs of voor ADR-opleidingen.
Rachide: Bovendien weten veel bedrijven niet dat ze via het SFTL een financiële tussenkomst kunnen aanvragen voor een kandidaat-werknemer of een werknemer om een opleiding voor een rijbewijs C/CE te volgen. Diezelfde opleidingsfactuur kunnen ze dan ook nog eens inbrengen in het kader van de Vlaamse kmo-portefeuille. Dat is dus zeker de moeite.
TLV: Wat zijn volgens jullie ervaring de grootste uitdagingen voor werkgevers vandaag?
Rachide: Het tekort aan chauffeurs en logistieke arbeiders blijft het grootste probleem. En de vergrijzing in de sector gaat dit probleem enkel nog vergroten. Daarom is het cruciaal dat bedrijven meer gaan inzetten op interne opleidingen. Werkgevers die zich niet klaarmaken om zelf ook werknemers op te leiden, gaan meer in de problemen komen dan werkgevers die dat wel doen. Dat merken we nu al.
Denken dat alle vacatures zullen opgevuld worden door werknemers die onmiddellijk inzetbaar zijn is utopisch. Werkgevers gaan moeten samenwerken met opleidingspartners en werknemers ‘on the job’ opleiden. Ons advies is daarom: werk een kader uit rond onthaal en begeleiding. Het vraagt voor kleine bedrijven die geen personeelsdienst hebben natuurlijk een grote inspanning, maar we geloven dat dit ook voor hen kan. Eens je die kennis in huis hebt en een interne structuur hebt opgesteld, zal dat ook automatisch gaan.
TLV: Jullie hebben verschillende projecten en campagnes lopen om verschillende doelgroepen naar de sector te leiden. Zien jullie een stijging in het aantal geïnteresseerden?
Stefanie: We hebben verschillende structurele instroomkanalen, zoals de beroepsopleiding via de VDAB of onze samenwerking met het onderwijs. Dit schooljaar zijn er 580 leerlingen in de opleiding tot vrachtwagenchauffeur in de 3de graad Beroeps secundair onderwijs. Dat is een mooi cijfer, maar het is natuurlijk onvoldoende om het tekort op te lossen.
Een heel belangrijke doelgroep zijn de zij-instromers. Het SFTL heeft hiervoor recent extra middelen vrijgemaakt, waardoor zij-instromers gratis een rijbewijs C en CE kunnen behalen. Er is heel veel vraag naar, dus dat betekent dat er toch nog veel mensen geïnteresseerd zijn in het beroep van vrachtwagenchauffeur. Helaas zijn er lange wachttijden bij de rijscholen.
De komende twee jaar gaan we ook meer inzetten op het versterken van de competenties van jongeren tussen 18 en 26 jaar in logistieke richtingen, bijvoorbeeld door het financieren van de opleiding tot heftruckchauffeur voor deze doelgroep.
TLV: Zijn er doelgroepen die we nog meer zouden moeten aanboren?
Rachide: Steeds meer kandidaten zijn mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld laaggeschoolden of anderstaligen. Het zijn vaak zeer gemotiveerde en loyale werknemers. We durven dan ook de bedrijven op te roepen om zich open te stellen voor deze kandidaten.
Eerst en vooral heeft het SFTL in samenwerking met de VDAB voor deze doelgroep voortrajecten uitgewerkt om hen voor te bereiden op het theorie-examen vakbekwaamheid C. Als ze daarin slagen kunnen ze doorstromen naar de beroepsopleiding bij de VDAB.
Om de doelgroep anderstaligen nog meer aan te boren en optimaal te kunnen inzetten in onze bedrijven, zal er in 2024 een sectoraal taalcoachingprogramma worden uitgewerkt. Bedrijven die hiervoor ook de train-de-trainer volgen, zullen dan gemakkelijk op de werkvloer zelf taalcoaching kunnen organiseren op de momenten dat het hen het beste past. Daarnaast komt ook de ‘FACT-app’ eraan, een handige vertaalapp met termen die vaak gebruikt worden in de job of de sector.
TLV: Wat kan een transport- of logistiek bedrijf zelf doen om arbeidskrachten aan te trekken of te behouden?
Rachide:
Ik zie hierbij 4 punten:
1. Meld de vacatures bij de VDAB. Enkel zo blijft het beroep van vrachtwagenchauffeur een knelpunt en komt de sector gemakkelijker in aanmerking voor incentives vanuit de overheid om hieraan te werken.
2. Sta open voor samenwerking met de sectorale opleidingspartners. Het SFTL heeft al jaren een intensieve samenwerking met zowel de VDAB, het beroepssecundair onderwijs, als het volwassenonderwijs voor de opleiding tot vrachtwagenchauffeur. Het wagenpark waarmee dit gebeurt wordt ter beschikking gesteld door het SFTL.
Voor de logistieke bedrijven: stel je kandidaat om stageplaatsen aan te bieden. De logistieke opleidingen zijn blijvend op zoek naar kwalitatieve stageplaatsen.
3. Werk een onthaal- en opleidingsbeleid uit. Zorg ervoor dat de persoon waarmee kandidaten de eerste weken op pad gaan iemand is die dat op een goede manier doet. Er bestaat hiervoor een gratis opleiding tot ‘werkplekbegeleider’ voor vrachtwagenchauffeurs en logistieke medewerkers.
4: Leid zelf chauffeur C/CE op. Zowel voor interne als externe kandidaat-chauffeurs kunnen werkgevers de financiële tussenkomst aanvragen uit de cao rijbewijzen.
Daarnaast kunnen bedrijven ook kiezen om in samenwerking met de VDAB een gemotiveerde werkzoekende kandidaat-chauffeur via een Individuele Beroepsopleiding in de Onderneming (IBO) zelf op te leiden. Indien deze kandidaat nog een rijbewijs C/CE moet behalen, kan dit tijdens de IBO via de rijschool.
TLV: Wat vinden jullie het meest boeiende aan jullie job en aan de sector?
Stefanie: Elke dag ziet er anders uit. We doen bedrijfsbezoeken, zijn aanwezig bij evaluatiemomenten van de leerlingen of geven zelf de opleiding tot werkplekbegeleider. We bouwen goede contacten uit met de werkgevers uit onze regio’s en ze weten ons dan ook spontaan te vinden voor allerlei vragen over de arbeidsmarkt.
Rachide: Het is een hands-on sector, waarbij zowel werkgevers als de personeelwerkers dicht bij hun mensen staan. Ondertussen hebben we al meer dan 2.000 sectorarbeiders opgeleid tot werkplekbegeleid(st)er. Tijdens het geven van deze sessies ervaar ik aan den lijve het enthousiasme, de eerlijkheid en de bevlogenheid waarmee deze mensen naast hun job ook nog eens met trots en passie hun kennen en kunnen willen overdragen aan hun nieuwe collega’s. Dit in een sfeer van rechtaan-rechtuit. You get what you see!
Hoe kunnen bedrijven jullie bereiken?
Bedrijven uit Oost-Vlaanderen mogen een mailtje sturen naar rachide.berrazi@sftl.be of bellen naar 0479 85 67 72.
Voor West-Vlaanderen kan je contact opnemen via stefanie.dobbelaere@stfl.be of 0494 11 94 91.
Ligt jouw bedrijf in een andere regio? Neem contact op via info@sftl.be of 02 424 30 80.
Het Sociaal Fonds voor Transport en Logistiek werd in 1973 opgericht en mocht vorig jaar dus 50 kaarsjes uitblazen! En die 50ste verjaardag werd op 18 december 2023 gevierd in aanwezigheid van de partners van het SFTL.
Tijdens de viering, waarbij de nadruk lag op het verenigen van alle partners, zoals bijvoorbeeld VDAB, FOREM en de scholen, werd tijdens enkele korte panelgesprekken benadrukt waarvoor het SFTL staat. De realisaties van de voorbije jaren zijn talrijk en allemaal met het oog op het verbeteren van de sector, zoals de eindejaarspremie voor arbeiders, het aanvullend pensioen, de tussenkomsten voor de werkgevers, maar ook het bevorderen van de instroom door ondersteuning van onderwijs en andere opleidingstrajecten. Ook een vooruitblik naar de toekomst mocht niet ontbreken. De uitdagingen in een steeds veranderende sector zijn talrijk. Het belang van het SFTL als brug tussen alle partners werd tijdens het event dan ook in de verf gezet!
Proficiat aan het SFTL en zijn medewerkers. En op naar de volgende 50 jaar!

Rapporteren over duurzaamheid
Niet enkel voor de grote bedrijven!
In het kader van de Europese Green Deal werd in januari 2023 de Europese duurzaam-heidsrichtlijn CSRD (Corporate Sustainable Reporting Directive) gepubliceerd. De lidstaten moeten deze richtlijn omzetten in nationale wetgeving tegen uiterlijk 6 juli 2024.
België is hier alvast volop mee bezig.
Deze nieuwe wetgeving zal bedrijven verplichten om te rapporteren over milieu, sociaal klimaat en goed bestuur. Niet ieder bedrijf zal rechtstreeks moeten rapporteren. De richtlijn is van toepassing op grote bedrijven die voldoen aan twee van de drie criteria: 250 werknemers; € 50 miljoen omzet; € 25 miljoen balanstotaal.
Maar dat betekent niet dat kmo’s de impact van de wetgeving niet zullen voelen. Bedrijven die verplicht worden tot rapportering, zullen moeten rapporteren over hun volledige waardeketen. Zij zullen hun onderaannemers, o.a. diegenen die instaan voor het transport van hun goederen, ook vragen om te rapporteren. Onrechtstreeks zullen dus heel wat kmo’s ook aan een rapportageverplichting moeten voldoen.
Waarover rapporteren?
Ondernemingen zullen verslag moeten uitbrengen over materiële duurzaamheidsthema’s, die significant zijn voor hun bedrijf. Bij de keuze van de thema’s waarover moet gerapporteerd worden, moet rekening gehouden worden met twee elementen: enerzijds de impact van het bedrijf op de omgeving, maar anderzijds ook van de omgeving op het bedrijf. Zo zal een bedrijf ook moeten kijken of hun leveranciers goed scoren op gebied van duurzaamheid. Het begrip ‘duurzaamheid’ wordt ruim bekeken. In de transportsector zal de CO2-uitstoot uiteraard een thema zijn, maar er is meer dan dat. Ook topics zoals afvalbeheer, watergebruik, werkuren, gezonde en veilige werkomgeving, eerlijke prijzen... kunnen een item in de rapportage zijn.
De rapportage kan verlopen via vooraf opgestelde standaarden. Voor bedrijven die rechtstreeks onderworpen zijn aan de duurzaamheidsrapportage bestaan al standaarden. Momenteel worden vrijwillige standaarden opgemaakt die eventueel kunnen gebruikt worden door bedrijven die moeten rapporteren voor hun opdrachtgevers.
Voordelen voor de kmo?
De rapporteringsverplichting zal zorgen voor heel wat administratieve formaliteiten voor de betrokken ondernemingen. Maar kmo’s die aan de slag gaan met de verplichting zullen hier ook de voordelen van plukken: ze zullen als aantrekkelijker beschouwd worden (ook bij de consument), ze zullen mogelijks beter beoordeeld worden bij de toekenning van financiering. Want ook banken zullen bij hun kredietverlening meer en meer rekening houden met duurzaamheid. Ondernemingen die nadenken over duurzaamheid, zullen op termijn ook vaak kostenbesparend kunnen werken.
Hoe begin je eraan?
Een onderneming moet eerst zijn prioriteiten bepalen: welke topics in kader van duurzaamheid zijn van belang voor de onderneming. Vervolgens bepaal je het beleid, de maatstaven en de doelen die je wil bereiken, vb het verminderen van de CO2-uitstoot.
Daarna moeten de data verzameld worden (vb. via IT, boekhouding, preventie-adviseur).
Daarna moeten actieplannen opgemaakt en uitgevoerd worden zoals opleiding voor het personeel. Dit alles resulteert dan uiteindelijk in de opmaak van een verslag, al dan niet volgens een bepaalde vooraf vastgelegde standaard.
Momenteel is er nog onvoldoende informatie of modellen om de rapportering al op te maken. TLV volgt de ontwikkelingen op de voet, zodat we onze leden in de toekomst zo goed mogelijk kunnen bijstaan.
Oproep!
Kreeg je van je opdrachtgever al de vraag om te rapporteren? Bezorg ons de vragenlijst zodat we kunnen oplijsten welke informatie opdrachtgevers bij de transportbedrijven zullen opvragen.

Verplichte vervoersvergunning
Verplichte vervoersvergunning
De afgelopen weken hebben we regelmatig de vraag gekregen of het klopt dat je een vervoersvergunning nodig hebt wanneer het nuttig laadvermogen minder dan 500 kilogram bedraagt.
Als gevolg van een wetswijziging in alle gewesten (Vlaanderen, Brussel en Wallonië) is het perfect mogelijk dat je met een nuttig laadvermogen van minder dan 500 kilogram over een vervoersvergunning zal moeten beschikken.
Aangepaste uitzondering
Vroeger had je geen vervoersvergunning nodig wanneer het nuttig laadvermogen minder dan 500 kilogram was.
Deze uitzondering is evenwel gewijzigd en wordt nu als volgt geformuleerd: Je hebt geen vervoersvergunning nodig wanneer het voertuig aan volgende cumulatieve voorwaarden voldoet:
- Het nuttig laadvermogen bedraagt niet meer dan 500 kilogram EN
- De MTM van het voertuig bedraagt niet meer dan 2,5 ton.
Van zodra dat het voertuig niet aan één van de twee voorwaarden voldoet, zal je voor dit voertuig over een vervoersvergunning moeten beschikken. Dit heeft tot gevolg dat veel bestelwagens nu wel onder de verplichting van de vervoersvergunning vallen.
Transberru
Elk voertuig waarmee je vervoer voor rekening van derden verricht (goederen- of personenvervoer) moet geregistreerd zijn in het nationaal register van wegvervoerondernemingen. Controleer dus regelmatig of alle voertuigen waarmee je dit vervoer verricht in het systeem geregistreerd staan.
Boete
Het rondrijden zonder vergunning, zonder dat het voertuig geregistreerd is en/of het weigeren de vergunning te tonen, wordt gesanctioneerd met boetes van 55 euro tot 3.960 euro.
Zo bedraagt de boete 1.500 euro wanneer er geen vergunning aanwezig is in het voertuig en het bestaan van een vergunning voor het voertuig ook niet aangetoond kan worden.

Nieuwe Kostenstijging in 2024
Het ITLB heeft haar previsies voor de kostprijs voor volgend jaar gepubliceerd. Zoals altijd zijn deze prognoses gebaseerd op gekende elementen en ramingen berekend op basis van midden oktober verwachte ontwikkelingen. Zij zullen worden herzien en verfijnd naarmate bijkomende economische gegevens beschikbaar worden in de loop van de komende maanden.
Het ITLB verwacht dat de kosten voor algemeen nationaal vervoer volgend jaar met 5,40% zullen stijgen. Voor nationaal stukgoedvervoer zou de stijging 5,16% bedragen. Internationaal vervoer naar Frankrijk zou volgend jaar 4,92% duurder worden. Transport naar Duitsland stijgt met 4,83%. Gemiddeld genomen zou internationaal vervoer 4,79% duurder worden.
Naast de stijgende loonkost en een geschatte evolutie van de dieselprijs, wegen vooral de toenemende voertuigkosten, de uitbreiding van het tolplichtig wegennet in Vlaanderen en de indexatie van de tarieven van de kilometerheffing in Wallonië door in de verwachte evolutie. Bovenop de prognose voor nationaal vervoer komt op 1 juli 2024 ook nog de indexatie van de tarieven in Vlaanderen en Brussel. Op basis van de prognoses van het Planbureau zullen we dan uitkomen op een stijging van de tarieven in Vlaanderen van rond de 4%. Dit resulteert in een bijkomende kostenverhoging voor transport van 0,27% bovenop de prognoses.
Impact energieprijzen
Het ITLB maakt naast de algemene prognose ook berekeningen van de verwachte kostprijsevolutie zonder rekening te houden met de verwachte evolutie van de dieselprijzen. Dit geeft meteen een heel ander beeld. Zo schat men een stijging van 7,09% voor algemeen nationaal vervoer en 6,27% voor stukgoedvervoer. Vervoer naar Frankrijk zou stijgen met 6,43% en met 6,32% naar Duitsland. Het internationaal vervoer zou dan gemiddeld 6,74% duurder worden.
Evolutie 2023
Op basis van de kostprijsindices die het ITLB maandelijks publiceert, heeft TLV ook een berekening gemaakt van de evolutie van de kostprijs op 1 oktober 2023 ten opzichte van het prijsniveau op 1 december 2022. Bij het ter perse gaan waren de cijfers voor november nog niet bekend. Hieruit blijkt dat de kosten voor algemeen nationaal vervoer in oktober 9,54% hoger liggen dan op 1 december 2022. Voor nationaal stukgoedvervoer bedraagt de toename zelfs 9,94%. Voor internationaal vervoer ligt het gemiddelde iets lager met 7,53%. Uiteraard zijn de loonkosten de grote boosdoener. Ook de financiering en de kilometerheffing wegen stevig door net als de congestiekosten.
De prognoses voor de kostprijsevolutie in 2024 houden rekening met de beslissing van de federale regering uit 2021 om de accijnsteruggave voor professionele diesel gradueel te verminderen. Concreet wordt het tarief op 1 januari 2024 verlaagd van 205,0665 euro/1.000 liter naar 204,0665 euro/1.000 liter. Tijdens de laatste begrotingsronde heeft de federale regering beslist om het bedrag van de professionele diesel bijkomend een stukje te verminderen. Dit moet de schatkist zo’n 25 miljoen euro opleveren. Een rekenoefening leert ons dat we spreken over een vermindering van het terugvorderbare bedrag met ongeveer 1 eurocent per liter.
.avif)
"Aanraakschermen bedienen is even risicovol als met een paar pinten achter het stuur kruipen”
Hajo Beeckman, de bekendste radiostem van Vlaanderen als het gaat om verkeer, kwam langs bij TLV om het te hebben over verkeersveiligheid en beleid. Én we leerden ook bij dat hij een persoonlijke band heeft met onze sector...
Iedereen kent jou als verkeersanker bij de VRT, maar jouw ervaring met de materie gaat verder terug. Hoe verliep jouw professioneel pad?
Hajo Beeckman: Al in mijn kindertijd was ik gefascineerd door kaarten, geografie, tekenen, structuren en wegen. In mijn fantasie knutselde ik steden in elkaar. Het is een passie, zelfs obsessie, geworden.
Ik las ook al vroeg kranten en ik was ik geïnteresseerd in alles wat te maken had met besluitvorming en politiek. Zo volgde ik dan ook een studie in de Politieke Wetenschappen en daaropvolgend Ruimtelijke Ordening.
Ik heb dan enkele jaren als onderzoeksmedewerker op de unief gewerkt, totdat het Verkeercentrum werd opgericht in 1999. Daar heb ik samen met een vijftal collega’s het centrum kunnen opbouwen. Later trad ik er als woordvoerder op. Omdat in die periode de problemen op de weg zodanig toenamen, was ik steeds vaker te horen op de radio. Uiteindelijk heb ik er dan voor gekozen om bij de VRT aan de slag te gaan en voltijds verkeersanker te worden. En ik heb er nog geen seconde spijt van gehad!
De gemiddelde Belg is vrij hardleers als het gaat over het aanpassen van gewoontes of opvolgen van tips. Wat frustreert jou het meest?
Hajo Beeckman: We kunnen op de redactie bijna met de klok gelijkstellen waar er ongevallen op de linkerrijstrook gaan gebeuren. En dat heeft alles te maken met onvoldoende afstand houden. Dat is iets waar veel Belgen hardleers in zijn, zelfs in slechte weersomstandigheden. Mensen denken altijd dat ze sneller thuis zullen zijn als ze dat ‘gat’ opvullen, maar niets is minder waar.
Wat zwaardere voertuigen betreft merk ik wel dat zij de afstand doorgaans goed respecteren. De professionaliteit is sterk toegenomen in vergelijking met vroeger. Ik denk dat het respect vooral moet komen van de automobilisten. Als je tussen vrachtwagens moet invoegen, laat hen dan voldoende ruimte.
Een tweede groot probleem is dat afleiding steeds visueler wordt – denk maar aan de grote aanraakschermen in nieuwe auto’s. Onderzoek toont aan dat aanraakschermen bedienen tijdens het rijden even risicovol is als met een paar pinten achter het stuur kruipen of zelfs cannabis roken. En die afleiding zorgt voor 50 doden per jaar.
Wat als je op een dag zou wakker worden en je enkel die dag één beslissing zou mogen nemen als Minister van Mobiliteit. Welke beslissing zou dat zijn?
Hajo Beeckman: Het is een onpopulaire maatregel, dus ik zou waarschijnlijk maar één keer minister blijven, maar dan zou ik de kilometerheffing uitbreiden naar personenwagens en het verkeer via dat systeem spreiden. We gaan die inkomsten nodig hebben om te betalen voor wegherstellingen of de gezondheidszorg. Daarnaast kunnen we via spitsheffingen het verkeer sturen en werken met verhandelbare rechten: als je meer wil rijden, moet je rechten bijkopen. Zo verminderen de files en de CO2-uitstoot.
We staan terug langer in de file, zelfs langer dan vóór de coronapandemie. Wat is hiervan de oorzaak en hoe lossen we dit op?
Hajo Beeckman: De demografische en economische groei leidt elk jaar tot een paar procent extra files. Dat is pure logica. Maar wat een groter effect heeft, is het vrijetijds- en logistieke verkeer dat blijft stijgen. En dat vertoont zich in meer files tijdens de daluren en de avondspits. We hebben te veel hoop gelegd in het effect van telewerken op de files, terwijl pendel- en schoolverkeer maar 24% van het aantal verplaatsingen in Vlaanderen uitmaakt.
Wat logistiek verkeer betreft wijzen alle prognoses uit dat de vraag naar goederenverkeer nog 20 à 30 procent zal stijgen. Dus zelfs al zouden we erin slagen om meer vracht op de trein of binnenvaart te krijgen, zullen we hooguit een stagnatie zien van het aantal vrachtwagens op de baan.
Een oplossing voor de files zou zijn om lokaler te gaan produceren, zodat er minder langeafstandsverkeer nodig is. En daarnaast het verkeer beter spreiden door een hogere prijs te vragen voor kilometers die gereden worden tijdens spitsuren.
Met de lintbebouwing zijn we in Vlaanderen kampioen van slechte verkeerstechnische stedenbouw. Is er nog hoop of is het hopeloos?
Hajo Beeckman: We hebben 13.000 kilometer lintbebouwing in Vlaanderen. Het is te laat om dat op te lossen. We moeten ermee leren leven. Het enige dat je kan doen met de puinhoop die we hebben gecreëerd door 30 jaar non-beleid op ruimte, is die linten veiliger maken. Om de vele conflictpunten aan te pakken gaan we er veel geld tegenaan moeten gooien en zullen we moeten onteigenen om bijvoorbeeld straten breder te maken zodat we kwetsbare weggebruikers en gemotoriseerd verkeer beter van elkaar kunnen scheiden. Die keuzes moeten we durven maken, want er is geen andere optie.
Als je morgen een sensibiliseringscampagne zou opzetten voor meer verkeersveiligheid, wat zou dan het onderwerp van deze campagne zijn?
Hajo Beeckman: We hebben eigenlijk al genoeg sensibiliseringscampagnes. Maar er ontbreekt één sluitstuk: voldoende handhaving. De pakkans op alcohol en drugs in het verkeer is bijvoorbeeld nog té laag.
Er bestaan ook technologieën om afleiding in het verkeer te controleren met camera’s. Dit wordt al toegepast in Nederland. Onze politici willen dit niet invoeren wegens privacy issues, maar eigenlijk is het een politieke keuze om het niet te doen uit vrees voor kritiek.
Verkeer is ook een kwestie van objectief blijven, omdat niet alle beleidskeuzes zwart-wit zijn. Hoe probeer jij neutraal te blijven in jouw bijdragen voor de VRT?
Hajo Beeckman: Het mobiliteitsdebat is vaak een emotioneel en gepolariseerd debat – denk maar aan de discussie over het vermijden van dodehoekongevallen of het conflictvrij maken van kruispunten. De debatten worden gevoerd aan de hand van premisses en dogma’s. Daar moet je van kunnen wegblijven als journalist. Journalisten zijn ook maar mensen, dus je kan nooit helemaal neutraal zijn, maar je moet wel onpartijdig zijn en een evenwichtig verhaal brengen.
Weinig mensen weten dat jij met vrachtwagens ook een persoonlijke connectie hebt. Hoe zit dit ook alweer?
Hajo Beeckman: Mijn broer is instructeur vrachtwagenopleiding bij het Stedelijk Onderwijs in Antwerpen. Ik kan hem dus altijd vragen stellen over regelgeving en praktijk. Daarnaast had mijn grootvader ook een klein logistiek bedrijf in de regio Gent. Dat heette Verstraeten-Verbruggen, maar bestaat nu niet meer. Ik heb dus wel altijd een connectie gehad met de sector.
TLV: Enkel een connectie...of ook affectie?
Hajo Beeckman: Ja, de vervoerssector maakt een integraal deel uit van de verkeersstromen. Er wordt te vaak negatief gesproken over de sector. Meer mensen moeten beseffen dat die vrachtwagens voor hen op de baan zijn. Er moet meer respect zijn voor de vrachtwagenchauffeur, of die nu uit Roemenië of Diksmuide komt.

Duaal leren in je onderneming
Op 1 september is het nieuwe schooljaar gestart. Daarbij kan de leerling een aantal logistieke opleidingen volgen in het kader van duaal leren. Duaal betekent daarbij dat een leerling een deel van zijn opleiding op de werkvloer krijgt, in een bedrijf dus. Misschien is er dit schooljaar bij jou nog wel een plekje?
Waarom duaal leren in je bedrijf introduceren?
Duaal leren is gelijkwaardig aan de andere vormen van secundair onderwijs. De leerlingen zijn echter beter voorbereid op de overstap op de arbeidsmarkt. Ze staan immers minstens 20u/week per week op de werkvloer, waardoor ze ook een groot deel van hun kennis op de werkvloer verwerven. Duaal leren biedt voor de onderneming dus ook een instroomkanaal aan gemotiveerde en arbeidsrijpe leerlingen, met een eerste werkervaring.
Welke opleidingen?
Binnen het duaal leren kunnen volgende opleidingen momenteel gevolgd worden:
- magazijnmedewerker;
- bestuurder interne transportmiddelen;
- logistiek.
Erkenning als bedrijf
Wil je een leerling duaal leren in je onderneming, dan moet je bedrijf een erkenning als leerwerkplek verkrijgen. De aanvraag hiervoor gebeurt online op www.werkplekduaal.be
Eén van de voorwaarden voor de erkenning, is dat je binnen de onderneming over een mentor beschikt. Dit is een ervaren werknemer binnen je bedrijf die aangeduid wordt om de leerling binnen je bedrijf te begeleiden, op te volgen en te evalueren. Deze mentor moet ook een opleiding gevolgd hebben. Bij het SFTL kan je de mentoropleiding gratis volgen.
Recht op een premie
Als je als onderneming in Vlaanderen een lerende opleidt in een duale of alternerende opleiding, kan je in aanmerking komen voor een premie kwalificerend werkplekleren op voorwaarde dat:
- De vestiging die de lerende opleidt in het Vlaams Gewest ligt;
- De onderneming de lerende, volgens de Dimona- of DmfA-aangifte, minstens vier maanden opleidt in het schooljaar waarvoor de premie wordt aangevraagd;
- De onderneming en de lerende een leerovereenkomst hebben;
- De registratie van de overeenkomst alternerende of duale opleiding door de opleidingsverstrekker in het digitale loket app.werkplekduaal.be is hierbij noodzakelijk (binnen de 3 maanden na de start van de overeenkomst!);
- De onderneming een mentor heeft aangewezen die de lerende op de leerwerkplek begeleidt en opleidt én daarvoor een erkende mentoropleiding heeft gevolgd.
De premie voor de onderneming bedraagt:
- 600 euro als de lerende geen vergoeding van de onderneming ontvangt;
- 1.000 euro als de lerende wel een vergoeding van de onderneming ontvangt.
De premie wordt één keer per schooljaar uitbetaald. De onderneming kan de premie maximaal drie keer ontvangen per lerende. Eerder ontvangen stagebonussen voor dezelfde leerling worden meegeteld. Om de premie te ontvangen, moet de werkgever aanduiden dat hij de premie wenst te ontvangen en moet het rekeningnummer ingevuld worden in het digitale loket. Dit moet binnen de 3 maanden na de startdatum van de overeenkomst (of voor overeenkomsten met een startdatum voor 1 september 2023 ten laatste op 30 november 2023). Meer info hierover vind je op www.vlaanderen.be
Wil ook jij een werkplek aanbieden aan een leerling uit het duale leertraject? Neem voor bijkomende informatie vrijblijvend contact op met Katrien Timmermans, sectorconsulent voor het SFTL (katrien.timmerman@sftl.be)
Op de website van het Sociaal Fonds vind je een volledige informatiebrochure over de logistieke opleidingen duaal.

Wie is TLV?
Heb je nog vragen over de sector of onze diensten en producten? Bel ons, stuur een mailtje of maak een afspraak via de kalender. We helpen je graag verder!